Attributen in ARCHICAD helpen gebruikers om snel en eenvoudig een model op te zetten. Daarnaast wordt een bureausystematiek of bouwwijze snel geïmplementeerd door gebruik te maken van de reeds aanwezige keuzes. Door attributen goed te beheren wordt er gezorgd voor een consistente workflow en -uitstraling van alle BIM projecten. 

Als ARCHICAD gebruiker wordt er dagelijks gewerkt met attributen. De kracht van attributen wordt echter veelal onderschat. Wat zijn attributen en hoe maakt ARCHICAD hiervan gebruik?

Wat zijn attributen?

Attributen zijn een aantal voorgedefinieerde instellingen, de keuzelijsten, die gebruikt worden door de gereedschappen, zoals een wandgereedschap, of door de filters die gekoppeld zijn aan de Views, zoals de lagen- en pen-instellingen.

In de KUBUS templates (onderdeel van de KeyMember Editie)  zijn al veel keuzes voorbereid; attributen zoals lijntypen, arceringen en Surfaces zijn hierin opgenomen. Attributen als lijntypen en arceringen worden gebaseerd op geldende regelgeving. Voor andere is een aanzet gedaan die verder uitgebreid kan worden met methodieken die op het bureau gebruikt worden, of bepaalde bouwwijzen/werkmethodieken waar een bureau mee werkt.

Door het definiëren van attributen en dit op te slaan in een template zal dit op langere  termijn tijdwinst opleveren, en daarnaast ook als rode draad fungeren binnen alle projecten.

Hoe maakt ARCHICAD gebruik van attributen?

Attributen kunnen op zichzelf een keuze zijn, zoals een lijntype dat gebruikt wordt door het lijngereedschap. Dit is een vrij direct gebruik van een attribuut. Ook zijn er Superattributen, deze maken gebruik van meerdere attributen. Een voorbeeld hiervan is een Building Material. Hierbij wordt er een uiterlijk (Surface) en een doorsnede arcering (Fill) gekoppeld aan de Building Material. Ook de Surfaces en Fills maken op hun beurt gebruik van andere attributen. Op deze manier ontstaat er een groot netwerk van attributen.

attributen_02

Door het wijzigen van een arcering wordt met een klik deze arcering overal in het totale project gewijzigd. Bij het wijzigen van deze arcering kan het dus voorkomen dat andere andere attributen die hiervan gebruik maken ook gewijzigd worden.

Dit maakt een attribuut een zeer krachtig middel in het BIM-men. Het vereist dus ook de nodige zorgvuldigheid. In plaats van het instellen van een parameter voor een specifiek element, dient er op een hoger niveau nagedacht te worden over de gebruikte keuzes en waar dit effect op moet hebben. Bijvoorbeeld in plaats van de snede arcering van betonwanden in de wand zelf te veranderen, wordt aan het Building Material ‘Beton’ een andere snede-arcering gekoppeld. Dit wijzigt alle betonwanden in het gehele project.

Attributen beheren

Attributen worden bewaard in het ARCHICAD project. Wanneer dit bestand door andere gebruikers wordt geopend zullen alle keuzelijsten in dit bestand aanwezig zijn.

Attributen kunnen eenvoudig worden beheerd en uitgewisseld tussen projecten met de Attribute Manager. Om ervoor te zorgen dat iedere gebruiker dezelfde keuzelijsten heeft kunnen de attributen ook worden opgeslagen in een template. Dit is een sjabloon waarmee elk project wordt gestart. Op deze manier kan in een template de bureausystematiek worden vastgelegd en bijdragen aan de consistentie werkwijze en output van het bureau.

Wil je meer leren over Attributen beheren, Templates, en hoe je de werkomgeving binnen je bureau optimaliseert door bureaustandaarden? Volg dan de Kennismodule Bureaustandaarden. Meer informatie >

2 comments

Geef een reactie